Yoga


Patañjali, de bekendste verdediger van
de yoga naast Vyâsadeva met zijn geschriften

Vedische term die letterlijk vereniging of eenheid inhoudt. Het gaat om het verenigen van het bewustzijn. Het is filognostisch de discipline van de spiritualiteit, die tot stabiliteit in de wijsheid (gnosis), gelukzaligheid en bewustzijn leidt.

Men onderscheidt vele vormen van yoga maar meestal spreekt men in drieën (trikânda) van

*1 bhakti yoga, de yoga van de toewijding,
*2 jñâna yoga, de yoga van de kennis en
*3 karma yoga, de yoga van de arbeid.

Hatha yoga, dat wat men populair meestal onder yoga verstaat, is het zich verenigen in de lichaamskracht met zithoudingen. In dat verband spreekt men ook wel van de achtvoudige ashtânga yoga bestaande uit de acht onderdelen die hieronder besproken zullen worden. Raja yoga, een specifieke school daarmee, is daar dan weer een onderdeel van. Aadhar yoga, de yoga van Anand Aadhar, de grondvesting van het geluk letterlijk, is de integrale benadering van de yoga in de zesvoudige benadering van de filognosie.

Yoga is de kerndiscipline van het Hindoeïsme, waar in alle heilige schriften aan gerefereerd wordt, en maakt formeel vast onderdeel uit van de zes zienswijzen van India, de darshana's. Zie verder vereniging.

Basis waarden


De basiswaarden van de yoga waarin men controle krijgt door volhouden en onthechten (abhyâsa en vairagya), staan bekend als de poten van de stier van dharma of de vidhi: het zijn satya (waarheid), dayâ (mededogen), s'auca (reinheid) en tapas (boete). Deze waarden zijn in de filognosie van toepassing als de grondvesting voor de morele werkelijkheid ervan, de principes en de deugden.

De yoga-gelofte


De basis bekentenis van boete in de yoga wordt genoemd yama en luidt in het Sanskriet: ahimsa satyâsteya brahmâcarya âparigraha yama; hetgeen betekent: geweldloos, waarachtig, zonder te stelen en celibatair, niet streven naar het verwerven van bezittingen.

De anga's, als niveaus van bewustzijn


De acht niveaus van transcendentie waar men in de filognosie van spreekt zijn afgeleid van de acht angas of leden van de yoga:

Zoals men in de yoga eerst acht wat men niet doet volgens de gelofte om de principes te volgen (yama) en dan wat men wel doet ter regulering van de handelingen (niyama), je daarna gaat zitten in houdingen (âsana) om je ademhaling te reguleren (prânâyâma), je je dan naar binnen keert (pratyâhâra), om je te concentreren met een mantra (dhâranâ) om te mediteren (dhyâna) en dan verzonkenheid (samâdhi) te vinden in het zelf, is ook je hele leven in de filognosie een proces dat overeenkomt met een dergelijke individuele oefening. Denk hierbij niet al te lineair over de nu volgende opsomming.

- 1) Het yama-niveau: In het begin kan je nogal lichamelijk zijn jong als je bent en begerig om een leven op te bouwen, anderen aan te trekken en met jezelf voor de dag te komen. Het beginnersniveau is een worsteling met de gelofte van de yoga om zuiver te zijn in dezen met het geweldloos, waarheidlievend, niet-bezitterig en niet stelend van boetvaardigheid zijn in het celibataire, zelfs in geval je getrouwd bent.
- 2) Het niyama-niveau: Op het volgende niveau of veld van respect in de overstijging, worstel je met de orde van een geregelde praktijk. Je moet aan het studeren raken, rein zijn, de zaak dienen, offers brengen, gastvrij zijn, tevreden zijn, liefdadig zijn, trouw zijn en van aanwezigheid. Het kost wat tijd om dit in je leven zo in te richten met het zoeken van evenwicht met de orde van de tijd. Het is als een sport die je beoefent om de handelingen op elkaar af te stemmen. Het valt zwaar in het begin, maar gaat fijn op den duur.
- 3) Het âsana-niveau: Bij het volgende belang van de bovenzinnelijkheid leer je de juiste houding van dienstbaarheid aan te nemen met het beheersen van je lichaam. De zaken uitproberen in wedijver, wedijverend met de zwakkere benadering van je voorgaande leven, moet je het leren om samen te werken, naar de algemene aanwijzingen van de klassieke wetenschap. Naast de meditatiehouding om de lichaamskracht te beheersen, is het ook de levenshouding in het algemeen die je ontwikkelt om sportief te zijn in het gezag over de hond die je lichaam is. Het is nog niet zo makkelijk als het wel lijkt om jezelf de baas te zijn. Wat je er voor nodig hebt is de gelofte en de oefening van het niveau hiervoor. Je moet dus de verzaking in de praktijk brengen, de houding ontwikkelen en zo de beheersing hebben.
- 4) Het prânâyâma-niveau: Op het volgende niveau leer je het je adem te beheersen zodat je je kan concentreren. In de werkelijkheid van je leven is dit gewoonlijk de adem die je bezigt in het beheersen van je spraak. Je moet het juiste zien te zeggen zodat je vertrouwelijkheid kan vinden met anderen, gehuwd kan raken en een betrouwbare partner kan zijn die zichzelf in de hand heeft. En daar ben je dan weer; teneinde relaties op te kunnen bouwen en te kunnen onderhouden, heb je de gelofte nodig, de regulatie en de beheersing over je lichaam als de voorwaarde. Op dit niveau nu, in dit veld van yogabelang, komen we, van het private ons in het publieke begevend, boven de gordel uit om het zo te zeggen, en bouwen we moreel gemotiveerd met het lichaam onder controle een formele samenleving op van verantwoordelijke en trouwhartige mensen.
- 5) Het pratyâhâra-niveau: Het volgende niveau is het niveau waarop je je naar binnen keert. Je kan jezelf niet enkel op de verscheidenheid van de buitenwereld richten zonder je concentratie te verliezen, zonder je gerichtheid op de zaak van een gelukkig leven voor allen kwijt te raken. Nu moet je betekenis ontwikkelen in je relaties. Je moet je daarop concentreren en verantwoord bezig zijn, betrouwbaar, aanspreekbaar, als een baken van helderheid om een betekenisvolle ander te zijn. Je zou kunnen denken dat de yoga een zelfzuchtige praktijk is van je blik naar binnen richten, maar filognostisch zie je in dat je geen enkele kwaliteit kan ontwikkelen zonder de betekenis in te zien van de ziel als de realiteit van de waarden en de God die je deelt met anderen. Zelfs de strengste yogi die probeert in het bos te mediteren voor zijn verlichting moet in relatie tot zijn omgeving een leven opbouwen op een zodanige manier, dat een zekere kwaliteit tot stand komt die liefde en vrede inhoudt voor al het leven binnen in hem en buiten hem. De mediteerder kan zich niet afscheiden van het leven. Hij is het leven en ziet het gelijkelijk overal om zich heen; dat gezichtspunt van de ziel is de concentratie op de innerlijke realiteit die er nodig is. In feite wordt men meer reëel, wordt men werkelijker, als men zich verdiept in het zinnig bezig zijn met andere levende wezens; niet als men meer afstand ontwikkelt als een escapist en een vreemdeling wordt die op de vlucht is voor maatschappelijke verantwoordelijkheden. 'Laat deze yoga niet ten koste gaan van voorgeschreven plichten' schrijft de wijze Vyâsa in de Gitâ. Aldus concentreert men zich op de ziel in het in contact blijven staan met anderen middels afspraken naar de oorspronkelijke orde van de tijd, en zo maak je het leven zinvol, zo maak je een verschil. Dit niveau is cruciaal, hier draagt men zorg, vestigt men zich en heeft men lief als de filognost, als de persoon van begrip en overzicht, met een hart dat je hebt om vol van leven te zijn, echt als je bent met de yoga.
- 6) Het dhâranâ-niveau: Verder transcenderend in emancipatie begint de kennis een rol te spelen. Een meer nauwkeurig omschreven overeenkomst met jezelf en met anderen te hebben, jezelf te doen gelden, besprekingen te hebben en je te bezinnen, is van doorslaggevend belang voor de samenleving waar je deel van uitmaakt en waar je verantwoordelijkheid voor moet leren dragen. Dit is de feitelijke concentratie die jou als persoon vormt en je leven uitmaakt. Strikt individueel bezien is het de praktijk van de mantra's, de beknopte zegswijzen van je wijsheid en ervaring. Maar om met anderen samen in overeenstemming van dienst zijn voor de filognostische zaak en daarin een voorbeeld voor anderen te vormen, moet je je concentreren op alles wat bevorderlijk is voor de menselijkheid en de gerechtigheid voor alle levende wezens en de hele planeet. Dat is het verlichte eigenbelang ervan waarvoor je jezelf moet doen gelden in discussies en het moet leren de zaken geconcentreerd in overweging te nemen.
- 7) Het dhyâna-niveau: Hierna volgt de meditatie waarin men komt tot begrip, tot het weten-hoe. Nu is het menens met de zaak, is het een wetenschap van handelen zonder te handelen; van aanwijzingen geven zonder te dirigeren. Je leerde het een hart te hebben en een model te zijn. Nu, om een stille getuige te kunnen zijn, moet je onderzoek doen, en betwijfelen wat haaks op de zaak zou staan. Nu vindt de concentratie zijn functie. Als je eenmaal deze meer onthechte positie van de stille getuige hebt bereikt, reik je tot het volgende niveau.
- 8) Het samâdhi-niveau: wat volgt als gevolg van de gelofte, de regulatie, de oefening, de praktijk, de relaties, het hart, de gelding en het verstaan, is de verzonkenheid van de zelfrealisatie waarin het ongewenste zijn vernietiging vindt, het gewenste tot stand wordt gebracht en de cultuur zijn viering bereikt in het handhaven. Het als een ziener in het moment van het hier en nu met de ether stabiliteit vinden in deze positie van bovenzinnelijkheid, vormt de praktijk van het volledig mens zijn in het alledaagse leven met achting voor de velden waarin men zijn evenwicht heeft gevonden met de principes. Het gaat er niet om als zodanig een naam te hebben; men kan heel goed op de achtergrond met de traditionele heren der schepping, vernietiging en handhaving zijn rol spelen in de aangelegenheid van de wijsheid en de trans-cendentie. In dit laatste sta- dium gaat het om de stabiliteit van je verzonkenheid in het gelukzalige, het duurzame en het bewuste van de verbondenheid in de yoga.

Je mag je van laag naar hoog bewegen, van de materie naar het etherische, met deze niveaus of gebieden van belang van de achtvoudige yoga in je leven opklimmend naar de hemel, maar even zo goed kan je van concrete handelingen en aanwezigheid zijn op deze manier. Dit vermogen om je opwaarts en neerwaarts te bewegen is de (âroha/avaroha) kwaliteit van het gerijpt zijn in de filognosie, of van het hebben van die liefde voor de kennis die jij en de rest van de wereld nodig heeft om te overleven, gemotiveerd te zijn en je te verheugen.

Zie ook

Externe Links

Categorie: Nederlands Definities


Deze pagina werd sedert 14 dec. 2007 359 keer bekeken.