Hermeneutische Cirkel


Matteüs (22:37-4): U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Openbaring 1:8: Ik ben de Alfa en de Omega, zegt de Heere God, Hij die is en was en komt, de Almachtige.
Thomas-evangelie, ontdekt in 1948, logion 22
Wanneer u de twee één maakt,
en wanneer u het innerlijk maakt als het uiterlijk,
en het uiterlijk als het innerlijk,
en het boven als het beneden,
en wanneer u het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
zodat het mannelijke niet mannelijk is,
en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
wanneer u ogen maakt in plaats van een oog,
en een hand in plaats van een hand,
en een voet in plaats van een voet,
en een beeld in plaats van een beeld,-
dan zult u binnengaan in het Koninkrijk (der Hemelen).
Søren Kierkegaard: Zoals eertijds de filosofie de theologie verdrongen heeft, zo maakt thans de natuurwetenschap korte metten met de ethiek; maar al dat moderne statistiekengedoe met het ethische zal ons lijnrecht in het onmenselijke voeren.
Helena Blavatsky: Het Heelal wordt van binnen naar buiten bestuurd en geleid. Zoals boven, zo is het ook beneden, zoals in de hemel, zo ook op aarde; en de mens – de microkosmos en het verkleinde evenbeeld van de macrokosmos – is de levende getuige van deze universele wet en van haar manier van werken. (Geheime Leer, Deel I, p. 301)
Dostojewski Als God niet bestaat, is alles geoorloofd.
Daozang: Als men weet dat de grote Leegte vervuld is van Chi (vitale energie), beseft men dat er niet zoiets als niet-zijn bestaat.
Carl Jung: Er is geen licht zonder schaduw en geen psychische heelheid zonder onvolmaaktheid.
Charles Taylor: Alleen te midden van andere zelven men een zelf is.
René Meijer: Heersen is dienen en dienen is heersen.

Symboliek van de cirkel (Evolutionaire kringloop, Eeuwige wederkeer, Hoofdroute)

Geometry of the Great Pyramid DIMENSIONS of Great Pyramid by morphvs

De slang die in zijn eigen staart bijt symboliseert de cyclische gang van de natuur van de schepping en de destructie, leven en dood, de eeuwige cyclus van vernieuwing. Voor de levenscyclus gebruikt Prof. Glas de gemanifesteerde triade opgaan, blinken en verzinken.

Prof.Dr. G. Glas Emotie en spiritualiteit
Uit dit citaat blijkt dat de Godservaring de realiteit heeft van het zintuiglijke, alleen zo dat het - anders dan het zintuiglijke - onvergankelijk is, niet gebonden aan tijd en plaats en aan de wetten van opgaan, blinken en verzinken. God heeft te maken met de innerlijkheid:
Laat heb ik U lief gekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik u lief gekregen! En gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u. Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in u bestaan hadden. Geroepen hebt gij, geschreeuwd en mijn doofheid doorbroken; gestraald hebt gij, geschitterd en mijn blindheid verjaagd; gegeurd hebt gij en ik heb ingeademd en snak nu naar u; geproefd heb ik en nu honger en dorst ik; aangeraakt hebt gij en ik ben ontvlamd naar uw vrede.
Over die denkschema's wil ik het in het vervolg vooral hebben. Ze kunnen er voor zorgen dat we van het ene uiterste in het andere vallen. Ik onderscheid drie polariteiten:

1. die tussen hoger en lager in de mens;Binnenwereld
2.die tussen innerlijk en uiterlijk, binnenwereld en buitenwereld;Integratie binnen - en buitenwereld
3.die tussen onmiddellijkheid en middellijkheid (wat prozaïscher: tussen nabijheid en distantie).Buitenwereld
Blavatsky Deel III, p. 514:  
VuurLuchtWaterAarde
Lente (Oost)Zomer (Zuid)Herfst (West)Winter (Noord)
Tastzin (voelen, Huid)Gezicht (zien, Ogen)Smaak (proeven, Tong)Reuk (ruiken, Neus)
KindsheidAankomende leeftijdVolwassenheidOuderdom

Het onkenbare 1e beginsel (kies Inhoud, hoofdstuk Drie grondstellingen uit de proloog), de wisselwerking tussen 'DAT en DIT', de blauwdruk gaat het menselijke begripsvermogen te boven. Het brengt de relatie tussen hemel en aarde, het ontstaan van de kosmos en van de mens (H.P. Blavatsky, De Geheime Leer Deel I en II) tot uitdrukking.

An eclipse is an astronomical event that occurs when a celestial object is temporarily obscured, either by passing into the shadow of another body or by having another body pass between it and the viewer. An eclipse is a type of syzygy.

THE THEOSOPHICAL MOVEMENT
The period of 25,868' years is termed the Sidereal Year. Every year the Sun crosses the celestial equator at a slightly different point. This point shifts backwards from the first degree of Aries, at the rate of a degree in 71.8 years. In 2,155 years it moves backward by 30 degrees or one zodiac sign. In 25,868 years, it comes back to the original position, after traversing all twelve zodiac signs. The completion of this grand cycle brings our earth into newer spaces of the cosmos. Occult philosophy points out that at the beginning and end of great cycles, as also, at the intersection of great cycles, there is shifting of the poles, great cataclysms and other convulsions, such as, earthquakes, fire and flood.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Proloog (p. 35/36):
De mensheid heeft het derde wortelras bereikt; dit is het teken voor het begin van het ontstaan van het menselijke leven. Als de omtrek verdwijnt en alleen het overblijft, is dit een teken dat de val van de mens in de stof een feit is en dat het VIERDE ras begint. Het kruis binnen een cirkel symboliseert het zuivere pantheïsme'; toen het kruis niet meer werd omcirkeld, werd het fallisch. Het had dezelfde en ook nog andere betekenissen als een in een cirkel ingeschreven TAU of als een ‘hamer van Thor’, het zogenaamde Jaina-kruis of eenvoudig de swastika binnen een cirkel.
Met het derde symbool – de cirkel in tweeën gedeeld door een horizontale middellijn – werd de eerste manifestatie van de scheppende (nog passieve, want vrouwelijke) Natuur bedoeld. De eerste vage gewaarwording van de mens in verband met de voortbrenging is vrouwelijk, omdat de mens zijn moeder beter kent dan zijn vader. Vandaar dat vrouwelijke godheden heiliger waren dan mannelijke. De Natuur is daarom vrouwelijk en tot op zekere hoogte objectief en tastbaar, en het geest-beginsel dat haar bevrucht, is verborgen. Door aan de cirkel met de horizontale lijn erin een loodlijn toe te voegen, werd de tau gevormd – –, de oudste vorm van de letter. Deze was het teken van het derde wortelras tot op de dag van zijn symbolische val – dat is, toen door natuurlijke evolutie de scheiding van de geslachten plaatsvond – toen de figuur werd, de cirkel of het gewijzigde of gescheiden geslachtloze leven – een dubbel teken of symbool. Bij de rassen van ons vijfde Ras werd het in de symboliek het sacr’ en in het Hebreeuws n’cabvah van de eerst gevormde rassen; dan veranderde het in het Egyptische (het symbool van het leven) en nog later in het teken van Venus . Dan komt de swastika (de hamer van Thor of nu het ‘Hermetische kruis’ ), die helemaal van haar cirkel is gescheiden en zo zuiver fallisch wordt. Het esoterische symbool van het kaliyuga is de omgekeerde vijfpuntige ster: pentagram – het teken van tovenarij door de mens, met haar twee punten (horens) naar de hemel gericht, een stand die elke occultist zal herkennen als van de ‘linkerhand’ en die wordt gebruikt in de ceremoniële magie5.
5) Westerse wiskundigen en sommige Amerikaanse kabbalisten zeggen dat ook in de Kabbala ‘de waarde van de naam van Jehova die is van de middellijn van een cirkel’. Voeg hieraan toe dat Jehova de derde van de sephiroth, binah is, een vrouwelijk woord en u hebt de sleutel tot het geheim. Door bepaalde kabbalistische omzettingen wordt deze naam, die in de eerste hoofdstukken van Genesis androgyn is, na de vormverandering geheel mannelijk, Kaïnitisch en fallisch. Dat men een godheid kiest uit de heidense goden, deze tot een bijzondere nationale god maakt en deze aanroept als de ‘ene levende God’, de ‘God der goden’, en dan verkondigt dat deze verering monotheïstisch is, verandert deze godheid niet in het ENE beginsel waarvan de ‘eenheid geen vermenigvuldiging, verandering of vorm toelaat’, vooral niet in het geval van een priapische godheid zoals nu is bewezen dat Jehova is.
41: De occulte catechismus bevat de volgende vragen en antwoorden:
‘Wat is het dat altijd is?’ ‘Ruimte, de eeuwige anupadaka12.’ ‘Wat is het dat altijd was?’ ‘De kiem in de wortel.’ ‘Wat is het dat altijd komt en gaat?’ ‘De grote adem.’ ‘Is er dus drie keer iets eeuwigs?’ ‘Neen, de drie zijn één. Wat altijd is, is één; wat altijd was, is één; wat altijd bestaat en wordt, is ook één: en dit is Ruimte.’
‘Verklaar dit, o lanoo (leerling).’ ‘Het Ene is een ongebroken cirkel (ring) zonder omtrek, want het is nergens en overal; het Ene is het grenzeloze vlak van de cirkel, die alleen gedurende de tijdperken van een manvantara een middellijn manifesteert; het Ene is de ondeelbare punt die tijdens die perioden nergens wordt gevonden en overal wordt waargenomen; het is het verticale en het horizontale, de vader en de moeder, de top en de basis van de vader, de twee uitersten van de moeder, dat in werkelijkheid nergens heen reikt, want het Ene is de ring en evenzo de ringen die binnen die ring zijn. Licht in duisternis en duisternis in licht: de ‘adem die eeuwig is’. Het beweegt zich van buiten naar binnen wanneer het overal is en van
binnen naar buiten' als het nergens is – (dat is maya, een van de middelpunten14). Het breidt zich uit en trekt samen (uitademing en inademing). Als het zich uitbreidt, verspreidt en verstrooit de moeder zich; wanneer het samentrekt, trekt de moeder zich terug en verzamelt zich. Dit brengt de perioden van evolutie en ontbinding teweeg, manvantara en pralaya. De kiem is onzichtbaar en vurig; de wortel (het vlak van de cirkel) is koel; maar tijdens evolutie en manvantara is haar kleed koud en stralend. Hete adem is de vader die het kroost van het element met de vele gezichten (het heterogene) verslindt en die met één gezicht (het homogene) ongemoeid laat. Koele adem is de moeder, die ze ontvangt, vormt, voortbrengt en terugontvangt in haar schoot, om ze te hervormen bij de dageraad (van de dag van Brahma, of manvantara). . . .’
14) Met ‘middelpunt’ wordt een energiecentrum of een kosmisch brandpunt bedoeld; als de zogenaamde ‘schepping’ of vorming van een planeet wordt teweeggebracht door die kracht die de occultisten LEVEN noemen en de wetenschap ‘energie’ , dan heeft het proces van binnen naar buiten plaats. Men zegt dat ieder atoom in zichzelf de scheppende energie van de goddelijke adem bevat. Dus, na een absolute pralaya, of wanneer het vooraf bestaande materiaal slechts bestaat Uit EEN element en de ADEM ‘overal is’, werkt laatstgenoemde van buiten naar binnen. Na een kleine pralaya daarentegen, wanneer alles in statu quo is gebleven – in een bevroren toestand, om zo te zeggen, zoals de maan – beginnen bij de eerste trilling van het manvantara de planeet of planeten hun wederopstanding tot het leven van binnen naar buiten.
44: Herbert Spencer heeft onlangs zijn agnosticisme in zoverre gewijzigd, dat hij verklaart dat de aard van de ‘eerste oorzaak’17, die de occultist in meer logische zin afleidt van de ‘oorzaakloze oorzaak’, het ‘eeuwige’ en het ‘onkenbare’, in essentie dezelfde kan zijn als die van het bewustzijn dat binnen in ons opwelt: kortom, dat de onpersoonlijke realiteit die de Kosmos doordringt het zuivere noumenon van de gedachte is. Deze stap vooruit van zijn kant brengt hem heel dicht bij het esoterische en Vedanta-leerstuk.
17) De ‘eerste’ vooronderstelt noodzakelijk iets dat ‘het eerst is voortgebracht’, ‘het eerst in tijd, ruimte en rang’ – en dus iets eindigs en voorwaardelijks. Het ‘eerste’ kan niet het absolute zijn, want het is een manifestatie. Daarom noemt het oosterse occultisme het abstracte Al de ‘oorzaakloze ene oorzaak’, de ‘wortelloze wortel’ en beperkt de ‘eerste oorzaak’ tot de logos, in de betekenis die Plato aan deze term toekent.
47/48: Als iets absoluuts is het Ene Beginsel onder zijn twee aspecten (van Parabrahmam en Mulaprakriti) geslachtloos, onvoorwaardelijk en eeuwig. Zijn periodieke (manvantarische) emanatie – of oorspronkelijke uitstraling – is ook Een, androgyn en als verschijnsel eindig. Wanneer de uitstraling op haar beurt uitstraalt, zijn al haar uitstralingen ook androgyn, om in hun lagere aspecten mannelijke en vrouwelijke beginselen te worden. Na de pralaya, hetzij de grote of de kleine pralaya (de laatste laat de werelden in statu quo, is het eerste dat opnieuw tot werkzaam leven ontwaakt, het plastische akasa, vader-moeder, de geest en de ziel van de ether, of het gebied op het oppervlak van de Cirkel. De Ruimte wordt vóór haar kosmische activiteit de ‘moeder’ genoemd en vader-moeder op de eerste trap van het opnieuw ontwaken. (Zie Toelichtingen, Stanza II.) In de Kabbala is zij ook vader-moeder-zoon. Maar terwijl deze in de oosterse leer het zevende beginsel van het gemanifesteerde Heelal zijn, of zijn ‘atma-buddhi-manas’ (geest, ziel en intelligentie), de triade die zich vertakt en verdeelt in de zeven kosmische en zeven menselijke beginselen, is zij in de westerse Kabbala van de christelijke mystici de triade of drieëenheid en voor hun occultisten de mannelijk-vrouwelijke Jehova, Jah-Havah. Hierin ligt het hele verschil tussen de esoterische en de christelijke drieëenheid. De mystici en de filosofen, de oosterse en de westerse pantheïsten, vatten hun aan de wereldvorming voorafgaande triade samen in de zuivere goddelijke abstractie. De orthodoxen vermenselijken haar. Hiranyagarbha, Hari en Sankara, de drie hypostasen van de zich manifesterende ‘geest van de opperste geest’ (met deze benaming begroet Prithivi – de aarde – Vishnu in zijn eerste Avatar), zijn de zuiver metafysische abstracte eigenschappen van vorming, instandhouding en vernietiging; het zijn de drie goddelijke Avastha’s (letterlijk: hypostasen) van dat wat ‘niet vergaat met de geschapen dingen’ (of Achyuta, een naam van Vishnu). De orthodoxe christen daarentegen scheidt zijn persoonlijke scheppende godheid in de drie personen van de drieëenheid en erkent geen hogere godheid.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 4 De zevenvoudige hiërarchieën (p. 129/130):
II. DE STEM VAN HET WOORD, SVABHAVAT, DE GETALLEN, WANT HIJ IS EEN EN NEGEN12.
12) En dit is tien of het volmaakte getal, toegepast op de ‘Schepper’, de naam die wordt gegeven aan de gezamenlijke scheppers die door de monotheïsten tot Eén worden samengevoegd, want de ‘Elohim’, Adam Kadmon of sephira – de Kroon – zijn de androgyne synthese van de 10 sephiroth die in de gepopulariseerde Kabbala het symbool van het gemanifesteerde Heelal vormen. De esoterische kabbalisten echter volgen de oosterse occultisten en scheiden de bovenste driehoek van de sephiroth (of sephira, chochmah en binah) van de rest, waardoor er zeven sephiroth overblijven. Aan de term svabhavat wordt door de oriëntalisten de betekenis gegeven van de universele plastische stof die door de Ruimte is verspreid, misschien met een half oog op de ether van de wetenschap. Maar de occultisten identificeren svabhavat met ‘VADER-MOEDER’ op het mystieke gebied (zie boven).
(b) Dit betekent dat de ‘grenzeloze cirkel’ (de nul) alleen dan een getal wordt, als een van de negen cijfers eraan voorafgaat en zo de waarde en het vermogen ervan aangeeft, waarbij het woord of de logos in vereniging met STEM en geest13 (de uiting en de bron van het Bewustzijn) de negen cijfers vertegenwoordigt en dus, met de nul, de decade vormt die het gehele Heelal in zich bevat. De triade vormt binnen de cirkel de Tetraktis of heilige vier: het vierkant binnen de cirkel (kwadratuur) is het machtigste van alle magische figuren.
13) ‘In vereniging met de geest en de stem’ heeft betrekking op de abstracte gedachte en de concrete stem, of de manifestatie daarvan, het gevolg van de Oorzaak. Adam Kadmon of tetragrammaton is de logos in de Kabbala. Daarom komt in laatstgenoemde deze triade overeen met de hoogste driehoek van kether, chochmah en binah. Dit laatste is een vrouwelijk vermogen en tegelijk de mannelijke Jehova, omdat het deel heeft aan de natuur van chochmah, of de mannelijke wijsheid.
De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Onze wereld, haar groei en ontwikkeling (p. 168):
(a) De zeven layu-centra zijn de zeven nulpunten, waarbij we het woord nul gebruiken zoals de scheikundigen doen om een punt aan te geven, van waar af volgens de esoterie de differentiatie begint.
177: Als men zegt dat fohat ‘zeven layacentra’ voortbrengt, betekent dit dat de GROTE WET (theïsten mogen die God noemen) voor vormgevende of scheppende doeleinden haar eeuwigdurende beweging op zeven onzichtbare punten binnen het gemanifesteerde Heelal laat ophouden of liever gezegd, wijzigt. ‘De grote Adem graaft door de Ruimte heen zeven gaten in laya, om die tijdens het manvantara te laten ronddraaien’ (Occulte catechismus). We hebben gezegd dat laya is, wat de wetenschap het nulpunt of de nullijn zou kunnen noemen; het rijk van de absolute negativiteit, of de ene werkelijke absolute kracht, het NOUMENON van de zevende toestand van wat wij in onze onwetendheid ‘kracht’ noemen en als zodanig erkennen; of ook wel het noumenon van de ongedifferentieerde kosmische substantie, die zelf een onbereikbaar en onkenbaar object is voor de begrensde waarneming; de wortel en de grondslag van alle objectieve en subjectieve toestanden; de neutrale as, niet een van de vele aspecten, maar het middelpunt ervan. Men kan de betekenis verduidelijken als men probeert zich een neutraal middelpunt voor te stellen – de droom van de zoekers naar een eeuwigdurende beweging. Een ‘neutraal middelpunt’ is in een bepaald opzicht het grenspunt van een gegeven stel zintuigen.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 2 De mysterietaal en haar sleutels (p. 342):
Ze bezaten die kennis ongetwijfeld, en op deze ‘kennis’ was het programma van de MYSTERIËN en van de reeks inwijdingen gebaseerd: zo werd de bouw van de piramiden mogelijk, de eeuwigdurende getuigenis en het onverwoestbare symbool van deze mysteriën en inwijdingen op aarde, zoals de banen van de sterren dit aan de hemel zijn. De cyclus van de inwijding was een weergave in het klein van die grote reeks kosmische veranderingen waaraan de astronomen de naam tropisch of siderisch jaar hebben gegeven. Evenals aan het einde van de cyclus van het siderische jaar (25.868 jaren) de hemellichamen terugkeren tot dezelfde stand ten opzichte van elkaar als zij aan het begin daarvan innamen, heeft ook de innerlijke mens aan het einde van de cyclus van inwijding zijn oorspronkelijke staat van goddelijke zuiverheid en kennis herkregen, van waaruit hij begon aan zijn cyclus van aardse incarnaties.
Mozes, een ingewijde in de Egyptische Mysteriën, baseerde de religieuze mysteriën van de nieuwe natie die hij schiep, op dezelfde abstracte formule die was ontleend aan deze siderische cyclus. Hij symboliseerde die formule in de vorm en in de afmetingen van het tabernakel, dat hij in de woestijn zou hebben gebouwd. Op basis van deze gegevens kwamen de latere joodse hogepriesters tot de allegorie van de Tempel van Salomo – een gebouw dat nooit werkelijk heeft bestaan, evenmin als koning Salomo zelf, die eenvoudig een zonnemythe is, evenals de nog latere Hiram Abif van de vrijmetselaars, zoals Ragon duidelijk heeft aangetoond. Als dus de afmetingen van deze allegorische tempel, het symbool van de cyclus van inwijding, overeenstemmen met die van de Grote Piramide, komt dit doordat de eerstgenoemde werden ontleend aan de laatste, door middel van het tabernakel van Mozes.
Dat onze schrijver ontegenzeglijk een en zelfs twee van de sleutels heeft ontdekt, wordt in het zojuist geciteerde boek volledig bewezen. Men hoeft het alleen maar te lezen om een steeds sterker wordende overtuiging te voelen, dat de verborgen betekenis van de allegorieën en gelijkenissen in beide Testamenten nu is onthuld.
344: Of het archaïsche esoterische stelsel al of niet de oorsprong was van de Britse inch, doet er echter weinig toe voor de echte nauwgezette metafysicus. Evenmin wordt de esoterische interpretatie van de bijbel door Ralston Skinner onjuist, alleen doordat de afmetingen van de piramide niet overeenstemmen met die van de tempel van Salomo, van de ark van Noach, enz., of doordat Parkers kwadratuur van de cirkel door wiskundigen wordt verworpen. Want de interpretatie van Skinner berust voornamelijk op de kabbalistische methoden en de rabbijnse getallenwaarde van de Hebreeuwse letters. Maar het is uiterst belangrijk om vast te stellen of de maten, die werden gebruikt bij de ontwikkeling en de opbouw van de symbolische religie van de Ariërs, bij de bouw van hun tempels, bij de in de Purāna’s genoemde getallen en speciaal bij hun tijdrekening, hun astronomische symbolen, de duur van de cyclussen en bij andere berekeningen, al of niet dezelfde waren als de maten en symbolen die in de bijbel worden gebruikt.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk Chaos - Theos - Kosmos (p. 376):
Chaos-Theos-Kosmos zijn slechts de drie aspecten van hun synthese – RUIMTE. Men zal het mysterie van deze Tetraktis nooit oplossen door vast te houden aan de dode letter van de oude filosofieën zoals die nu nog bestaan. Maar zelfs hierin worden CHAOS–THEOS–KOSMOS = RUIMTE in alle eeuwigheid geïdentificeerd als de Ene Onbekende Ruimte, waarover het laatste woord misschien niet vóór onze zevende Ronde zal worden gezegd. Niettemin zijn de allegorieën en metafysische symbolen over de oorspronkelijke en volmaakte KUBUS zelfs in de exoterische Purāna’s opmerkelijk.
Ook daarin is Brahmā de Theos, die zich ontwikkelt uit de Chaos of de grote ‘Diepte’, de wateren, waarboven de geest = RUIMTE, verpersoonlijkt door ayana – de geest die zich beweegt boven de toekomstige grenzeloze Kosmos – in stilte zweeft in het eerste uur van het weer ontwaken. Hij is ook Vishnu, die slaapt op Ananta-Sacha, de grote slang van de eeuwigheid, waarvan de westerse theologie – die niets weet over de Kabbala, de enige sleutel tot de geheimen van de bijbel – de duivel heeft gemaakt. Hij is de eerste driehoek of de pythagorische triade, de ‘god met de drie aspecten’, vóór hij door de volmaakte kwadratuur van de oneindige cirkel wordt veranderd in de ‘Brahmā met vier gezichten’.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 6 Het wereld-Ei (p. 392/393):
De geheime leringen verklaren deze verering uit de symboliek van de voorhistorische rassen. De ‘Eerste Oorzaak’ had in het begin geen naam. Later werd zij in de verbeelding van de denkers weergegeven als een altijd onzichtbare, geheimzinnige vogel die in de Chaos een ei legde, dat het Heelal wordt. Daarom werd Brahm kalahansa genoemd, ‘de zwaan in (Ruimte en) Tijd’. Hij werd de ‘zwaan van de eeuwigheid’, die bij het begin van elk mahamanvantara een ‘gouden ei’ legt. Het stelt de grote cirkel, of voor, die zelf een symbool is voor het heelal en zijn bolvormige lichamen.
De tweede reden waarom het ei werd gekozen als de symbolische voorstelling van het Heelal en van onze aarde, was zijn vorm. Het was een cirkel en een bol; en de eivormige gedaante van onze globe moet vanaf het begin van de symboliek bekend zijn geweest, omdat zij zo algemeen werd aangenomen. Dat de eerste manifestatie van de Kosmos de vorm van een ei had, was de meest verbreide opvatting in de oudheid.
394: Als men rekening houdt met deze cirkelvorm en met de ‘|’ die voortkomt uit de ‘’ of het ei, of het mannelijke uit het vrouwelijke in het androgyne, is het vreemd een geleerde te horen zeggen dat de oude Ariërs het tientallige stelsel niet kenden – omdat de oudste Indiase handschriften geen spoor daarvan vertonen. Omdat 10 het heilige getal van het heelal was, was het geheim en esoterisch, zowel de één als de nul, of zero, de cirkel. Bovendien zegt professor Max Müller dat ‘de beide woorden cipher (nul) en zero, die hetzelfde betekenen, afdoende bewijzen dat onze cijfers van de Arabieren zijn overgenomen’. Cipher is het Arabische ‘cifron’ en betekent leeg, een vertaling van het Sanskrietwoord voor niets, ‘śūnya’, zegt hij. De Arabieren hadden hun cijfers uit Hindostan, en maakten zelf nooit aanspraak op de ontdekking ervan. Wat de pythagoreeërs betreft, hoeven wij slechts de oude manuscripten van Boëthius’ Geometrie, geschreven in de zesde eeuw, te raadplegen om onder de getallen van Pythagoras de 1 en de nul te vinden, als de eerste en laatste cijfers. En Porphyrius, die de Moderatus van Pythagoras aanhaalt, zegt dat de getaltekens van Pythagoras ‘hiëroglifische symbolen waren, door middel waarvan hij denkbeelden verklaarde over de aard van de dingen’, of de oorsprong van het heelal.
398: De protestanten proberen aan te tonen dat de allegorie van de koperen slang en van de ‘vurige slangen’ rechtstreeks betrekking heeft op het mysterie van Christus en de kruisiging; maar in werkelijkheid staat zij in een veel nauwer verband met het mysterie van de voortplanting, wanneer men haar los ziet van het ei met de centrale kiem, of de cirkel met zijn middelpunt. De koperen slang had niet zo’n heilige betekenis, en zij werd in feite ook niet verheerlijkt boven de ‘vurige slangen’, tegen de beet waarvan zij slechts een natuurlijk geneesmiddel was. De symbolische betekenis van het woord ‘koperen’ is het vrouwelijke beginsel, en die van vurig, of ‘gouden’, het mannelijke.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 6 De maskers van de wetenschap (p. 575):
De oude ingewijden kenden geen ‘wonderbaarlijke schepping’, maar leerden de evolutie van atomen (op ons fysieke gebied) en hun eerste differentiatie uit laya tot de protyle, zoals Crookes de stof of de oersubstantie aan de andere zijde van de nullijn veelbetekenend heeft genoemd: daar waar wij de Mūlaprakriti plaatsen, het ‘wortel-beginsel’ van de wereldstof ('Weltstoff', oerstof) en van alles in de wereld.
De Geheime Leer Deel I, hoofdstuk 15 Goden, monaden en atomen (p. 687):
Het is bekend dat Leibniz verschillende keren heel dicht bij de waarheid kwam, maar hij beschreef de monadische evolutie niet juist, iets waarover men zich niet hoeft te verbazen, omdat hij geen ingewijde en zelfs geen mysticus was, maar slechts een heel intuïtieve filosoof. Toch kwam geen psycho-fysicus ooit dichter bij de esoterische hoofdlijnen van de evolutie dan hij. Deze evolutie, vanuit haar verschillende standpunten gezien, d.w.z. als de universele en de geïndividualiseerde monade, en de belangrijkste aspecten van de evoluerende energie na de differentiatie – het zuiver spirituele, het intellectuele, het psychische en het fysieke – kunnen zo worden geformuleerd als een onveranderlijke wet; een afdaling van de geest in de stof, gelijkstaand met een vooruitgang in de fysieke evolutie; een weer opstijgen uit de diepten van de stoffelijkheid naar zijn status quo ante, gepaard gaand met het verdwijnen van concrete vormen en substanties tot de laya-toestand, of wat de wetenschap ‘het nulpunt’ noemt, en nog verder.
De Geheime Leer Deel I hoofdstuk 16 Cyclische evolutie en karma (p. 704):
In de eerste twee Afdelingen hebben we aangetoond dat bij het eerste trillen van het opnieuw ontstaande leven, svabhavat, ‘de veranderlijke uitstraling van de onveranderlijke duisternis, die onbewust is in eeuwigheid’, bij elke wedergeboorte van de Kosmos overgaat van een passieve toestand naar een van intense activiteit; dat het zich differentieert en dan door middel van die differentiatie begint te werken. Dit werk is KARMA.
De cyclussen zijn ook onderworpen aan de gevolgen die door deze activiteit ontstaan. ‘Het ene kosmische atoom wordt zeven atomen op het gebied van de stof, en elk wordt in een energiecentrum omgezet; datzelfde atoom wordt zeven stralen op het gebied van de geest, en de zeven scheppende natuurkrachten, die van de wortel-essentie uitstralen . . . volgen, de ene het rechter-, de andere het linkerpad, gescheiden tot het einde van de kalpa en toch nauw met elkaar verbonden. Wat verenigt ze? Karma.’ De atomen die uit het centrale punt zijn uitgestraald, emaneren op hun beurt nieuwe energiecentra, die onder de latente adem van fohat hun werk van binnen naar buiten beginnen en zich vermenigvuldigen tot andere kleinere centra.

De Geheime Leer Deel II, Stanza 1 Het begin van bewust leven (p. 25):
In zijn eerste gemanifesteerde aspect hebben wij het zien worden: (1) in de sfeer van objectiviteit en fysica, de oorspronkelijke substantie en kracht (middelpuntzoekend en middelpuntvliedend, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, enz.); (2) in de wereld van de metafysica, de GEEST VAN HET HEELAL of kosmische verbeeldingskracht, door sommige de LOGOS genoemd.
Deze LOGOS is de top van de driehoek van Pythagoras. Wanneer de driehoek volledig is, wordt hij de Tetraktis, of de driehoek in het vierkant, en wordt het tweevoudige symbool van het vierletterige tetragrammaton in de gemanifesteerde Kosmos, en van zijn fundamentele drievoudige STRAAL in het niet-gemanifesteerde, of zijn noumenon.
38/39: De verklaring ervan wordt duidelijk wanneer men de oude symbolen beziet: deze zijn alle gebaseerd op en gaan uit van de figuren uit het archaïsche handschrift, die werden gegeven in de proloog van Deel I. Het symbool van de evolutie en van de val in de voortbrenging of de stof, treft men aan in de oude Mexicaanse beeldhouwwerken en schilderingen, evenals in de kabbalistische sephiroth en de Egyptische tau. Onderzoek het Mexicaanse handschrift (Add. MSS. Brit. Mus. 9789); u zult daarin een boom vinden waarvan de stam is bedekt door tien vruchten, klaar om te worden geplukt door een man aan de ene en een vrouw aan de andere kant ervan, terwijl uit de kroon van de stam twee takken horizontaal naar rechts en naar links uitsteken en zo een volmaakte (tau) vormen. De uiteinden van de twee takken dragen bovendien elk een drievoudige tros, terwijl een vogel – de vogel van de onsterfelijkheid, atman of de goddelijke geest – daartussenin zit en zo de zevende vormt. Dit geeft hetzelfde denkbeeld weer als de sephiroth-boom, tien in totaal, maar waarvan er, na afscheiding van de bovenste triade, zeven overblijven. Dit zijn de hemelse vruchten, de tien of 10, geboren uit de twee onzichtbare mannelijke en vrouwelijke zaden, waardoor de 12 of de dodecaëder van het Heelal ontstaat. Het mystieke stelsel bevat de . , het middelpunt; de 3 of ; de vijf, , en de zeven of , of ook ; de driehoek in het vierkant en het samenvattende punt in de dooreengevlochten dubbele driehoeken. Dit wat betreft de wereld van de archetypen. De wereld van de verschijnselen bereikt haar hoogtepunt en de weerspiegeling van alles in de MENS. Daarom is hij het mystieke vierkant – in zijn metafysische aspect – de Tetraktis , en wordt op het scheppende gebied de kubus. Zijn symbool is de uitgevouwen kubus en de 6 die 7 wordt, of de , drie dwars (het vrouwelijke) en vier verticaal; en dit is de mens, het hoogste wat de godheid op aarde bereikt; zijn lichaam is het kruis van vlees, waarop, waardoor, en waarin hij eeuwig de goddelijke logos of zijn HOGERE ZELF kruisigt en ter dood brengt.
‘Het heelal’, zegt elke filosofie en kosmogonie, ‘heeft een daarboven gestelde bestuurder (collectief bestuurders), die het WOORD (logos) wordt genoemd; de scheppende geest is zijn koningin; en deze twee zijn de eerste macht na het ENE’.
De Geheime Leer Deel II, Stanza 5 De evolutie van het tweede ras (p. 125/126):
Het hogere komt overeen met het lagere en het lagere met het hogere, om dit ene inderdaad wonderbaarlijke werk tot stand te brengen’ – dat de MENS is. Want het geheime werk van Chiram, of koning Hiram in de Kabbala, ‘in essentie één, maar met drie aspecten’, is het universele middel of de steen der wijzen. Het hoogtepunt van het geheime werk is enerzijds de geestelijke volmaakte mens; anderzijds is het de vereniging van de drie elementen, het occulte oplosmiddel in de ‘wereldziel’, de kosmische ziel of het astrale licht; en op het stoffelijke gebied is het waterstof in haar betrekking tot de andere gassen. Het TO ON, inderdaad; het ENE ‘dat niemand heeft gezien behalve de zoon’; deze zin heeft betrekking op zowel de metafysische als de fysische Kosmos, en op de geestelijke en de stoffelijke mens. Want hoe zou deze laatste het TO ON, de ‘ene vader’ kunnen begrijpen, indien zijn manas, de ‘zoon’, niet (als) ‘een met de vader’ wordt, en door deze opneming verlichting ontvangt van de ‘goddelijke leermeester’, de goeroe – atma-buddhi?
Geheime Leer Deel II Stanza 11 DE BESCHAVING EN DE VERNIETIGING VAN HET VIERDE EN VIJFDE RAS (p. 373):
De onderrassen zijn aan hetzelfde reinigingsproces onderworpen, evenals de zijtakken (de familierassen). Laat iemand die goed bekend is met sterrenkunde en wiskunde, een blik terugwerpen in de schemering en de schaduwen van het verleden. Laat hem waarnemen en aantekeningen maken van wat hij weet over de geschiedenis van volkeren en naties, en de opkomst en neergang van elk daarvan vergelijken met wat bekend is over sterrenkundige cyclussen – vooral met het siderische jaar, dat gelijk is aan 25.868 van onze zonnejaren11.
11) Er zijn natuurlijk andere cyclussen, cyclussen binnen cyclussen – en juist dit maakt de berekeningen van gebeurtenissen betreffende de rassen zo moeilijk. De omloop van de ecliptica wordt in 25.868 jaar voltooid. En men heeft voor onze aarde berekend dat het nachteveningspunt jaarlijks vijftig minuten en tien seconden terugloopt. Maar binnen deze cyclus is er nog een andere. Men zegt dat, ‘omdat de apsis het jaarlijks met een snelheid van elf minuten en vierentwintig seconden tegemoet gaat’ (zie het artikel over sterrenkunde in de Encyclopaedia Britannica), ‘in honderdvijftienduizend driehonderd en twee (115.302) jaar een hele omwenteling zou zijn voltooid. Het tot elkaar naderen van het nachteveningspunt en de apsis is de som van deze bewegingen, eenenzestig minuten vierendertig seconden, en daarom keert het nachteveningspunt in 21.128 jaar naar dezelfde plaats ten opzichte van de apsis terug’. We hebben deze cyclus in Deel I van Isis Ontsluierd genoemd in verband met andere cyclussen. Elk ervan heeft een duidelijke invloed op het ras dat in die tijd leefde.
Geheime Leer Deel II Stanza 12 Het vijfde ras, goddelijke leermeesters (p. 425):
Het is de symbolische weergave van de grote worsteling tussen de goddelijke wijsheid, nous, en haar aardse weerspiegeling, psuche, of tussen geest en ziel, in de hemel en op aarde. In de hemel, omdat de goddelijke MONADE zich vrijwillig daaruit had verbannen om, met incarnatie als doel, af te dalen naar een lager gebied en zo het dier van klei te veranderen in een onsterfelijke god. Want, zoals Eliphas Lévi ons zegt, ‘de engelen streven ernaar mensen te worden; want de volmaakte mens, de mens-god, staat zelfs boven de engelen’. Op aarde omdat de geest, zodra hij was neergedaald, verstrikt raakte in de kronkelingen van de stof.
De Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk Esoterische leringen in alle heilige geschriften bevestigd (p. 509):
Het moet ernstig worden betwijfeld of onze tijd met al zijn verstandelijke scherpzinnigheid is bestemd om in elk westers volk ook maar één niet-ingewijde geleerde of filosoof te ontdekken die in staat is de geest van de archaïsche filosofie volledig te begrijpen. Men kan dat ook van niemand verwachten, voordat de ware betekenis van deze woorden, de alfa en de omega van de oosterse esoterie, de woorden Sat en Asat – waarvan in de Rig Veda en elders zo’n ruim gebruik wordt gemaakt – grondig wordt begrepen. Zonder deze sleutel tot de Arische wijsheid loopt de kosmogonie van de rishi’s en de arhats gevaar voor de gemiddelde oriëntalist een dode letter te blijven. Asat is niet alleen maar de ontkenning van Sat en evenmin het ‘nog niet bestaande’; want Sat is op zichzelf noch het ‘bestaande’, noch het ‘zijnde’. SAT is de onveranderlijke, de altijd aanwezige en eeuwige wortel, waaruit en waardoor alles voortkomt. Maar het is veel meer dan de potentiële kracht in het zaad, die het proces van ontwikkeling, of wat nu evolutie wordt genoemd, voortstuwt. Het is het altijd wordende, hoewel het zich nooit manifesteert1. Sat wordt geboren uit Asat, en ASAT wordt voortgebracht door Sat: inderdaad de eeuwige cirkelgang; maar een cirkel waar-van alleen bij de hoogste inwijding, op de drempel van paranirvana, de kwadratuur kan worden gevonden.
1) De leer van Hegel, die het Absolute Zijn of ‘Zijn-heid’ gelijkstelt met ‘Niet-Zijn’, en het Heelal voorstelt als een eeuwig worden, komt overeen met de Vedantafilosofie.
Deel II, Hoofdstuk 17 Het 'Heilige der Heilige' zijn ontaarding (p. 526):
Nu verklaart Eustathius dat (ΙΩ) IO in het dialect van de Argiërs de maan betekent, en in Egypte was het een van de namen van de maan. Jablonski zegt: ‘ΙΩ, Ioh, Aegyptiis LUNAM significat neque habent illi in communi sermonis usu, aliud nomen quo Lunam, designent praeter IO.’ De kolom en de cirkel (IO), die nu het eerste decimale getal vormen dat bij Pythagoras het volmaakte getal was in de Tetraktis4, werden later een bij uitstek fallisch getal – in de eerste plaats bij de joden, bij wie het de mannelijke en vrouwelijke Jehova is.
4) Omdat het bestaat uit tien punten die in de vorm van een driehoek in vier rijen zijn gerangschikt. Het is het tetragrammaton van de westerse kabbalisten.
528: Het bovenstaande wordt bevestigd in een persoonlijke brief van een geleerde kabbalist. In Stanza IV en op andere plaatsen wordt gezegd dat Brahma (onzijdig), dat door de oriëntalisten zo lichtzinnig en zo vaak wordt verward met Brahmā de mannelijke, exoterisch soms kalahansa (zwaan in de eeuwigheid) wordt genoemd, en wordt de esoterische betekenis van a-ham-sa gegeven. (Ik-ben-hij, want so ham is gelijk aan sah, ‘hij’, en aham is ‘ik’ – een mystiek anagram en een omzetting.) Het is ook de Brahmā ‘met de vier gezichten’, de chatur mukha (de volmaakte kubus) die zich vormt in en uit de oneindige cirkel; en verder het gebruik van de 1, 3, 5 en 7 7 = 14, zoals de esoterische hiërarchie van de Dhyan-Chohans wordt verklaard. Hierop geeft de genoemde correspondent het volgende commentaar:
‘Over de 1, 3, 5, en tweemaal 7, waarmee in het bijzonder 13514 wordt bedoeld, dat op een cirkel kan worden gelezen als 31415 (of de waarde van π), kan volgens mij geen twijfel mogelijk zijn; en vooral als men deze beschouwt met symbooltekens op sacr, ‘chakra’ of cirkel van Vishnu.’
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 18 Over de mythe van de 'gevallen engel' in haar verschillende aspecten (p. 541):
We vinden hetzelfde denkbeeld in de Zohar. Satan was een zoon en een engel van god. Bij alle Semitische volkeren was de geest van de aarde evengoed de schepper op zijn eigen gebied als de geest van de hemelen. Zij waren tweelingbroers en onderling verwisselbaar in hun functies, zoal niet twee in één. Niets van wat wij in Genesis vinden, ontbreekt in de Chaldeeuws-Assyrische religieuze opvattingen, zelfs in het weinige dat tot dusver werd ontcijferd. De grote ‘afgrond’ van Genesis is terug te vinden in de tohu-bohu, ‘diepte’, ‘oerruimte’ of Chaos van de Babyloniërs. Wijsheid (de grote onzichtbare God) – in Genesis hoofdstuk 1 de ‘geest van God’ genoemd – woonde, zowel voor de oudere Babyloniërs als voor de Akkadiërs, in de zee van de Ruimte.
551: Volgens alle oude kosmogonieën ontstaat het licht uit de duisternis. In Egypte was, evenals elders, duisternis ‘het beginsel van alle dingen’. Vandaar dat Pymander, de ‘goddelijke gedachte’, als licht voortkomt uit de DUISTERNIS.
Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova, p. 615:
Deze kubusvorm verbindt de termini direct met het kruis, en de welsprekendheid of het spraakvermogen van Mercurius bracht de slimme Eusebius ertoe te zeggen ‘Hermes is het embleem van het Woord dat alles schept en verklaart’, want het is het scheppende woord; en volgens hem leert Porphyrius dat de spraak van Hermes (in Pymander als ‘het woord van God’ (!) opgevat), een scheppende spraak (verbum), het kiembeginsel is dat door het Heelal is verspreid. In de alchemie is ‘Mercurius’ het oervocht, oorspronkelijk of elementair water, dat het zaad van het Heelal bevat, bevrucht door de zonnevuren. Om dit bevruchtende beginsel tot uitdrukking te brengen, werd vaak door de Egyptenaren aan het kruis een fallus toegevoegd (het mannelijke en vrouwelijke, of het verticale en het horizontale verenigd) (zie de Egyptische musea). De kruisvormige termini stelden ook dit tweevoudige denkbeeld voor, dat in Egypte in de kubusvormige Hermes werd aangetroffen. De schrijver van Source of Measures vertelt ons waarom. (Maar zie de laatste bladzijde van § 16 over de gnostische Priapus.)
573/574: En als Michaël door de christenen werd beschouwd als de overwinnaar van satan, de draak, is dat omdat deze strijder in de talmoed wordt voorgesteld als de vorst van de wateren, die zeven ondergeschikte geesten onder zich had – een goede reden voor de Latijnse kerk om hem tot schutspatroon van alle voorgebergten in Europa te maken. In de Kabbala (Siph. Dzen.) maakt de scheppende kracht ‘schetsen en spiraallijnen van zijn schepping in de vorm van een slang ’. Zij ‘houdt haar staart in haar bek’, omdat dit het symbool is van eindeloze eeuwigheid en van cyclische tijdperken. De verklaring van haar diverse betekenissen zou echter een boekdeel vergen, en wij moeten eindigen.
De lezer kan nu voor zichzelf uitmaken wat de verschillende betekenissen van de ‘oorlog in de hemel’ en van de ‘grote draak’ zijn. Het plechtigste en meest gevreesde kerkdogma, de alfa en de omega van het christelijke geloof en de steunpilaar van zijn VAL en VERZOENING schrompelt in de vele allegorieën over die voorhistorische worstelingen tot een heidens symbool ineen.
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 613):
De getallen van de naam Mozes zijn die van ‘IK BEN DIE IK BEN', zodat de namen Mozes en Jehova numeriek in harmonie zijn.
. . . Dit is zijn (Gods) naam, en de som van de samenstellende waarden 21, 501 en 21 bedraagt 543, of eenvoudig een vorm van de cijfers in de naam van Mozes . . . maar nu zo gerangschikt dat de naam 345 wordt omgekeerd en als 543 wordt gelezen. . . . Als dus Mozes vraagt: ‘Laat mij uw gezicht of heerlijkheid zien’, antwoordt de ander terecht en naar waarheid: ‘Gij kunt mijn gezicht niet zien’ . . . maar gij zult mij van achter zien (de ware betekenis, hoewel niet de juiste woorden); omdat het omgekeerde en de achterkant van 543 de voorkant van 345 is – ‘ter controle en voor een juist gebruik van een reeks getallen om bepaalde grootse uitkomsten te krijgen, en voor dat doel worden zij in het bijzonder gebruikt’. De geleerde kabbalist voegt eraan toe: ‘Bij andere vormen van het getal zagen zij elkaar van aangezicht tot aangezicht. Het is vreemd dat wanneer wij 345 en 543 bij elkaar optellen, we 888 (Hoger denken) krijgen, de gnostische kabbalistische waarde van de naam Christus, die Jehoshua of Jozua was. En zo geeft ook de verdeling van de 24 uren van de dag drie achten als quotiënt. . . . Het belangrijkste doel van dit hele stelsel van getalcontroles was om de exacte waarde van het maanjaar in de natuurlijke maat van de dagen voor altijd te bewaren.’

Ouroboros, de slang die in zijn eigen staart bijt . In de achtvorm: Zo boven zo beneden

H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 22 De symboliek van de mysterienamen IAO en Jehova (p. 627):
Deze gemanifesteerde zijde is Taurus, het symbool van EEN (het cijfer 1), of de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet, aleph א (stier of os), waarvan de synthese tien (10) of י yodh is, de volmaakte letter en het volmaakte getal. De Pleiaden (Alcyone in het bijzonder) worden dus zelfs in de sterrenkunde beschouwd als het centrale punt, waaromheen ons Heelal van vaste sterren draait, het brandpunt waaruit en waarin de goddelijke adem, BEWEGING, tijdens het manvantara onophoudelijk werkt. Daarom spelen – in de occulte filosofie en haar siderische symbolen – deze cirkel en het sterrenkruis daarop de voornaamste rol.
De geest van leven en onsterfelijkheid werd overal gesymboliseerd door een cirkel: vandaar dat de slang die in haar staart bijt, de cirkel van wijsheid in oneindigheid voorstelt. Hetzelfde geldt voor het sterrenkundige kruis – het kruis binnen een cirkel, en de bol met daaraan twee vleugels, die vervolgens de heilige scarabeus van de Egyptenaren werd, waarvan alleen al de naam het geheime denkbeeld aangeeft dat ermee is verbonden.
628: De onbelichaamde intelligenties (de planeetgeesten of scheppende krachten) werden altijd voorgesteld in de vorm van cirkels. In de oorspronkelijke filosofie van de hiërofanten waren deze onzichtbare cirkels de prototypische oorzaken en bouwers van alle hemelbollen, die hun zichtbare lichamen of omhulsels waren en waarvan zij de zielen waren. Het was in de oudheid ongetwijfeld een algemeen verbreide leer. (Ezechiël, hfst. 1.)
628/629: Het visioen van de profeet Ezechiël herinnert sterk aan deze mystiek van de cirkel, toen hij een wervelwind zag waaruit ‘een wiel op de aarde’ kwam, waarvan het maaksel ‘als het ware een wiel in het midden van een wiel was’ (hfst. i, de verzen 4-16) . . . ‘want de geest van het levende schepsel was in de wielen’ (v. 20).
Het brahmaanse ‘gouden ei’ waaruit Brahmā, de scheppende godheid, tevoorschijn komt, is de ‘cirkel met het centrale punt’ van Pythagoras, en een passend symbool daarvoor. In de Geheime Leer wordt de verborgen EENHEID – of deze nu PARABRAHMAM voorstelt, of het ‘GROTE UITERSTE’ van Confucius, of de godheid die wordt verborgen door PHTA, het eeuwige licht, dan wel het joodse EN-SOPH – altijd gesymboliseerd door een cirkel of de ‘nul’ (het absolute niet-iets en niets, omdat het oneindig en het AL is); terwijl het god-gemanifesteerde (door zijn werken) wordt aangeduid als de middellijn van die cirkel. De symboliek van het eraan ten grondslag liggende denkbeeld wordt nu duidelijk: de rechte lijn die door het middelpunt van een cirkel gaat, heeft in meetkundige zin lengte, maar geen breedte of dikte: het is een denkbeeldig en vrouwelijk symbool, dat de eeuwigheid doorkruist en dat men laat berusten op het bestaansgebied van de wereld van de verschijnselen. De rechte lijn heeft één dimensie, terwijl de cirkel ervan geen dimensie heeft of, om een algebraïsche term te gebruiken, deze is de dimensie van een vergelijking. Een andere manier om dit denkbeeld te symboliseren vindt men in de pythagorische heilige decade , die in het uit twee cijfers bestaande getal tien (de 1 en een cirkel of nul) het absolute AL samenvat, dat zich manifesteert in het WOORD of de voortbrengende scheppingskracht.
633: Isarim, een ingewijde, heeft zoals men zegt in Hebron op het lijk van Hermes de bekende smaragden tafel gevonden, die volgens de bewering de essentie van de Hermetische wijsheid bevatte. . . . ‘Scheid de aarde van het vuur, het fijne van het grove. . . . Stijg op van de aarde naar de hemel en daal dan weer af naar de aarde’ was erop gegrift. Het raadsel van het kruis ligt in deze woorden besloten en zijn dubbele mysterie is opgelost – voor de occultist.
‘Het filosofische kruis, de twee lijnen die in tegengestelde richting lopen, de horizontale en de verticale, de hoogte en de breedte, die de meetkundig te werk gaande godheid op het snijpunt deelt, en dat zowel het magische als het wetenschappelijke viertal vormt wanneer het wordt beschreven in het volmaakte vierkant, is de basis voor de occultist. Binnen de mystieke grenzen ervan ligt de hoofdsleutel, die de deur tot elke wetenschap, zowel de fysische als de geestelijke, opent. Het symboliseert ons menselijke bestaan, want de levenscirkel omschrijft de vier punten van het kruis, die achtereenvolgens geboorte, leven, dood en onsterfelijkheid voorstellen.
‘Houd vast’, zeggen de alchemisten, ‘aan de vier letters van het tetragram, gerangschikt op de volgende manier: de letters van de onuitsprekelijke naam zijn daar, hoewel gij ze misschien eerst niet kunt onderscheiden. Het niet mededeelbare axioma is hierin kabbalistisch besloten, en dit is wat de meesters het magische arcanum noemen’’ (Isis Ontsluierd).
638: Het oorspronkelijke denkbeeld van de ‘gekruisigde mens’ in de Ruimte behoort ongetwijfeld aan de oude hindoes, en Moor toont het in zijn Hindu Pantheon op de afbeelding die Wittoba voorstelt. Plato nam het over in zijn schuine kruis in de Ruimte, de X, ‘de tweede god die zich op het Heelal afdrukte in de vorm van het kruis’; Krishna wordt eveneens als ‘gekruisigd’ voorgesteld. (Zie dr. Lundy, Monumental Christianity, fig. 72.) Verder wordt het vermeld in het Oude Testament, in het vreemde gebod om mensen te kruisigen voor de Heer, de Zon – wat helemaal geen voorspelling is, maar een rechtstreekse fallische betekenis heeft. In § II van datzelfde heel suggestieve boek over de kabbalistische betekenissen, The Hebrew-Egyptian Mystery, lezen we verder:
‘Als symbool hebben de koppen van de nagels van het kruis een massieve piramide tot vorm – en de nagels zelf een spits toelopende vierkante obeliskvorm of fallisch embleem. Als men de plaats van de drie nagels in de handen en voeten van de mens en aan het kruis neemt, dan vormen zij een driehoek, waarbij er één nagel aan elke hoek van de driehoek is. De wonden of stigmata in de handen en voeten zijn noodzakelijk vier in aantal, wat op het vierkant wijst. . . . De drie nagels met de drie wonden zijn 6 in getal, wat de 6 vlakken van de opengevouwen kubus aangeeft (die het kruis of de mensvorm of 7 maken, waarbij drie horizontale en vier verticale balken worden geteld) waarop de mens wordt geplaatst; en dit wijst weer op de cirkelmaat, overgebracht op de ribben van de kubus. De ene wond van de voeten wordt twee wanneer de voeten worden gescheiden, wat voor alle samen drie maakt en vier wanneer ze zijn gescheiden, of 7 in totaal – alweer een heel heilig (en bij de joden) vrouwelijk grondgetal.’
H.P. Blavatsky Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 24 Het kruis en het pythagorische tiental (p. 660):
Het achttal of de 8 symboliseert de eeuwige en spiraalvormige beweging van de cyclussen, de 8, ∞, en wordt op zijn beurt gesymboliseerd door de Mercuriusstaf. Het geeft de regelmatige ademhaling van de Kosmos aan, bestuurd door de acht grote goden – de zeven uit de oorspronkelijke moeder, de ene en de triade.
Geheime Leer Deel II, Hoofdstuk 25 De mysteriën van het zeventtal (p. 682):
Tetragrammaton of de Tetraktis van de Grieken is de tweede logos, de demiurgos.
Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 25 De mysteriën van het zevental (p. 707):
De cirkel is niet de ‘ene’ maar het al.
In de hogere (hemel), de ondoordringbare rājah (‘ad bhutam’, zie Atharva-Veda X, 105), wordt hij (de cirkel) één, omdat (hij) de ondeelbare (is), en er geen tau in kan zijn.
In de tweede (van de drie ‘rajāmsi’ (tritīya), of de drie ‘werelden’) wordt de ene, twee (mannelijk en vrouwelijk); en drie (voeg de zoon of de logos toe); en de heilige vier (‘tetraktis’, of het ‘tetragrammaton’).
In de derde (de lagere wereld of onze aarde) wordt het getal vier, en drie, en twee. Neem de eerste twee, en gij zult zeven krijgen, het heilige getal van het leven; verenig (dit laatste) met de middelste rājah en gij zult negen hebben, het heilige getal van het zijn en het worden.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 1 Archaïsche of hedendaagse antropologie? (p. 742):
Het zou interessant zijn een idee te krijgen van de voorstelling van evolutie in het wetenschappelijke brein van een materialist. Wat is EVOLUTIE? Wanneer men Huxley of Haeckel zou vragen de volledige betekenis van dit woord te omschrijven, zou geen van beiden in staat zijn dat beter te doen dan Webster: ‘de werking van het ontvouwen; het proces van groei, ontwikkeling; zoals de evolutie van een bloem uit een knop, of een dier uit het ei’. Maar de knop moet via de moederplant worden teruggevoerd tot het zaad, en het ei tot het dier of de vogel die het heeft gelegd; of in elk geval tot het klompje protoplasma waaruit het zich ontwikkelde en groeide. En zowel het zaad als het klompje moeten de latente vermogens in zich hebben voor de voortplanting en geleidelijke ontwikkeling, het ontvouwen van de duizend en één vormen of evolutiefasen waar zij doorheen moeten gaan vóór de bloem of het dier volledig is ontwikkeld. Daarom moet er een toekomstig plan, zo niet een ONTWERP, zijn. Bovendien moet de oorsprong van dat zaad worden opgespoord en de aard ervan vastgesteld. Zijn de darwinisten daarin geslaagd? Of zal men ons de monere voor de voeten werpen? Maar dit atoom van de waterige afgronden is geen homogene stof; en er moet iets of iemand zijn die het heeft gevormd en tot leven gebracht.
De Geheime Leer Deel II hoofdstuk 4 Duur van de geologische tijdperken (795/796):
Kenden de Ouden buiten hun eigen wereld nog andere werelden? Op welke gegevens berust de bewering van de occultisten dat iedere bol een zevenvoudige keten van werelden is – waarvan er maar één zichtbaar is – en dat deze, evenals iedere zichtbare ster of planeet, door mensen wordt, werd of zal worden bewoond? Wat bedoelen zij met ‘een morele en fysieke invloed’ van de sterrenwerelden op onze bollen?
Dit zijn vragen die ons vaak worden gesteld, en men moet ze vanuit ieder gezichtspunt beschouwen. Het antwoord op de eerste van de twee vragen is: wij geloven het, omdat de eerste natuurwet (Law of one) eenvormigheid in verscheidenheid is, en de tweede is analogie. ‘Zo boven, zo beneden.’ De tijd is voor altijd voorbij, waarin onze vrome voorouders geloofden dat onze aarde het middelpunt van het heelal was, en de kerk en haar arrogante dienaren konden eisen dat wij de veronderstelling dat een andere planeet bewoond zou kunnen zijn, als een godslastering zouden beschouwen. Adam en Eva, de slang en de erfzonde, gevolgd door de verzoening door het bloed hebben te lang ons denken in de weg gestaan, en zo werd de universele waarheid opgeofferd aan de krankzinnige verwaandheid van ons, kleine mensen.
797: Maar wanneer we onze speculaties buiten onze planeetketen uitstrekken en proberen de grenzen van het zonnestelsel te overschrijden, dan handelen we inderdaad als arrogante dwazen. Want als we het oude Hermetische axioma aanvaarden: ‘zo boven, zo beneden’, en bedenken dat de Natuur op aarde de grootste zuinigheid aan de dag legt en alle nietige en overtollige dingen bij haar wonderbaarlijke transformaties gebruikt en zich toch nooit herhaalt, dan mogen we terecht concluderen dat er in al haar oneindige stelsels geen andere bol is die zoveel op deze aarde lijkt, dat gewone denkvermogens in staat zouden zijn zich voor te stellen en weer te geven hoe hij eruitzie nu ik een van mijn persoonlijke bijbels weer aan het lezen ben, zie ik nieuwe betekenissen en verbindingen met bijvoorbeeld personal branding.
Wensen: formuleer je wens op een positieve manier: een wens is een voorgevoel van wat je echt kunt bereiken!
Verbeelden: visualiseer je doel, wens en ambitie, picture yourself als een succes, voel het!!
Geloven: geloof in jezelf en verjaag je innerlijke spoken
Uiten: vraag feedback en maak een goede elevator pitch, stort je op web 2.0
Onderzoeken: onderzoek je kwaliteiten, talenten, drijfveren, passies en MERK- waardigheden
Plannen: formuleer je visie en missie, maak een stappenplan
Beslissen: bepaal je doelgroep en creëer je eigen niche
Handelen: YES, ga ervoor!
Volharden: stick to the plan: houd je aan je Personal Mission Statement
Ontvangen: oogst en geniet van het succes, maar blijf scherp!
Waarderen: wees dankbaar, maar herijk regelmatig, klopt je brand nog met je nieuwe situatie?
Ontspannen: blijf jezelf, blijf authentiek dan komt alles goed!!
De creatiespiraal is voor mij echt een grote inspiratiebron geweest. Niet voor niets heb ik de beeldspraak van de perenboom in de introductietekst op mijn website, briljant!
En oh, wat was ik blij toen mijn webdesigner aankwam met die foto van de blonde dame met een (naar mijn idee) magische spiraal om zich heen en een peer in haar hand.
Voor mij vallen er nog dagelijks puzzlestukjes op zijn plaats en ik geloof heilig in de kracht van de creatiespiraal. Ik wacht met smart op het nieuwe boek "De Ontknooping" hoewel ik met gemak nog jaren vooruit kan met de creatiespiraal!!

Eenheid inVerscheidenheidDrie Logoi Spiegelsymmetrie
Deel VIIDeel V1e Logos, Monade3e Logos, TriadeAntroposofieRudolf Steiner 
EthiekSociologieGod ----GeestGeestmens ----Geestzelf (omgevormd Astraallichaam)
||||||
PsychologieFilosofie4. Lichaam ----ZoonFysiek lichaam ----Levensgeest (omgevormd Etherlichaam)
Deel IVDeel VITetrade2e Logos, Duade  
KernkwadrantDanielOfmanBinnenwereld in balans met buitenwereld,Binnenwereld in onbalans met buitenwereld,
   Onderste kernkwadrant in balans met hethet maskerkwadrant, er ontstaat een
   spiegelbeeld (alter ego), de lemniscaat:tegennatuurlijke loop:
     7. Daadkracht<5. Sereniteit
 te veel   | | te veel
4. Daadkracht>2. Drammerigheid4a/b. Zachtheid>2. Drammerigheid>6. Geduld4. Geduld>2. Passiviteit
| || |  | |
1. Passiviteit<3. Geduld1. Passiviteit<3. Sereniteit  1. Drammerigheid<3. Daadkracht
 te veel       te veel

De Geheime Leer Deel I Stanza 3. Het ontwaken van de kosmos (p. 113):
10. VADER-MOEDER SPINNEN EEN WEB DAT VAN BOVEN AAN DE GEEST (purusha) IS BEVESTIGD – HET LICHT VAN DE ENE DUISTERNIS – EN VAN ONDEREN AAN ZIJN (van de geest) IN SCHADUW GEHULDE EINDE, DE STOF (prakriti); EN DIT WEB IS HET HEELAL, GESPONNEN UIT DE TWEE SUBSTANTIES DIE TOT ÉÉN ZIJN GEMAAKT, DAT SVABHAVAT IS (a).
(a) In de Mandukya (Mundaka) Upanishad staat geschreven: ‘Zoals een spin haar web uitwerpt en weer intrekt en zoals kruiden opkomen uit de grond . . . zo stamt het Heelal af van de onvergankelijke’.

Juliet van ’t Hul-Moll:
Spinnen hebben een lichaam dat uit twee delen bestaat. Hun lichaam lijkt daardoor het cijfer acht te vormen. Dit gegeven in combinatie met acht poten verbindt de spin met alle mystiek rond de meetkundige figuur van het cijfer acht. Op zijn zij gekanteld geeft de acht het oneindigheidssymbool, het levenswiel, waarvan de ene cirkel in de volgende overloopt en vice versa. De ‘truc’ is te leren over de twee cirkels te wandelen of je positie in het midden tussen de twee in te bewaren. De spin leert je aldus je evenwicht te bewaren – tussen verleden en toekomst, stoffelijk en geestelijk, mannelijk en vrouwelijk. Ze leert je dat je door alles wat je nu doet het patroon weeft van wat je in de toekomst gaat meemaken.
De spin wekt onze creatieve fijngevoeligheid. Ze weeft een web van een ingewikkeld en subtiel weefsel, alsof ze ons eraan wil herinneren dat het verleden altijd subtiel heden en toekomst beïnvloedt.
De spin als middelpunt van het web herinnert ons eraan dat ook wijzelf het middelpunt van onze wereld zijn. Boven de ingang van mysteriescholen uit de Oudheid stond de inscriptie: “ken uzelve en gij zult het universum kennen.”
De spin houdt ons voor dat de wereld om ons heen geweven is. Wij zijn de hoeders en schrijvers van onze eigen bestemming en weven het als een web door middel van onze gedachten, gevoelens en daden.
De spin staat zo voor de scheppende (wereld)ziel midden in de verwevenheid met het geheel van de wereld, waarin de individuele ziel haar eigen web moet weven.

De quintessens van het verhaal is dat om een duurzame samenleving te creëren er maar een pedagogische hoofdroute is. Er is een radicale ommekeer in het denken nodig om ons weer met de oerbron te verbinden. De synthese van wetenschap, religie en filosofie staat voor het 5Ddenkraam. Het 5D-concept laat zien dat het wel mogelijk de levenscycli op aarde beter te beheersen. Het geeft aan op welke wijze synthese, het 1 + 1 = 3 kan worden bereikt. Het accent ligt in het rapport ‘E i V’ niet specifiek op het systeemdenken, de levenscycli op aarde, maar op het 5e element, de blauwdruk achter de levenscycli. De teloorgang van de materiële wereld kan door de geestelijke wereld, het integrale denken (kringloopdenken) worden opgelost. De 5e dimensie draait om het bewustzijn van het bewustzijn, het meta-bewustzijn, het universeel bewustzijn, het non-lokaal bewustzijn. Maar dat we de éne werkelijkheid volledig kunnen beheersen zal altijd een illusie blijven.

Eindconclusie is dat Blavatsky in De Geheime Leer de oplossingsrichting (hoofdroute) van de absolute waarheid, een visie uitwerkt, die net als de nieuwe levensrichting van Spinoza nog voor 100% actueel is. Namelijk hoe kunnen we leren beter met elkaar samen te leven? Het draait dus niet om onderwijs dat primair op marktwerking is gericht, waarbij de keuzevrijheid van het individu centraal staat, maar om een individueel leerproces (Individualiteit), een onderwijssysteem dat zich op een betere samenleving oriënteert.

Mythos, Theos, Logos en Holos (Triade + Tetrade, Individueel en Collectief, Chaospunt)

Paul Smeyers en Willem Lemmens Het project van Charles Taylor Over authenticiteit en de oorsprong van het moderne ‘morele zelf’,
paragraaf Het hermeneutisch perspectief op het morele ‘zelf’:
Volgens Taylor leven mensen steeds als min of meer reflexieve zelven in een betekeniskader van niet-natuurlijke, morele distincties. Bij Tailor ligt de nadruk op de weg naar binnen, waar de zelfreflectie en het ervaren van het zelf plaatsvindt. In de Volkskrant van 11 maart 2008 haalt David Pinto in zijn artikel
Eis van integratie is hedendaags kolonialisme'' de wetenschapper Charles Tailor aan, die stelt dat ‘de eigen identiteit is een levensbehoefte’. Een beleid dat ontwikkeling en behoud van de eigen identiteit in de weg staat onder de noemer van integratie (lees: assimilatie), is een moderne versie van kolonialisme en inderdaad ‘een schending van de menselijkheid’. David Pinto pleit voor de toepassing van het 'Dubbel Perspectief'- model door allochtoon en autochtoon. Iedereen leert en verkent de eigen dieperliggende waarden en die van de ander, liefst op school en van jongsaf aan.

De hermeneutiek, de hermeneutische cirkel laat zien dat het mogelijk is een probleem vanuit verschillende kanten te belichten. Een begrip heeft zo geen vaste betekenis, maar maakt deel uit van een geheel aan betekenissen. Men redeneert dan even zo goed van het algemene naar het specifieke als ondersom. Zo zie je dan een cirkel ontstaan waarin het ene de verklaring vormt voor het andere: het specifieke verwijst naar het algemene en weer andersom, het ene maakt het andere noodzakelijk. De dualiteit van de wereld is dus de voeding voor de hermeneutische cirkel van verklaringen in termen van oorzaak en gevolg. Zo kan men in de filognosie verschillende vormen van logica en causaliteit aantreffen in het geven van uitleg aan culturele en natuurlijke verschijnselen. De filognostische hermeneutiek stelt zo hoge eisen omdat het met een en hetzelfde onderwerp meerdere verklaringen, een wolk van ideeën a.h.w. mogelijk maakt. Men heeft al de verschillende vormen van intelligentie nodig die er zijn om hierin volledigheid te bereiken.

Enneagram: weg naar zelfkennis en naar God? Hoofdstuk: Hermeneutische knooppunten - levensbeschouwelijke en religieuze vorming.

De Hermeneutische cirkel

 

Owen Flanagan: Je moet niet kijken naar één wetenschappelijke discipline, maar naar allemaal tegelijk, inclusief de subjectieve fenomenologie & wat mensen daar over te vertellen hebben.

In het boek CHAOSPUNT bespreekt Ervin László: de kringloop mythos, theos, logos en holos (bv. p. 147). De bijlage Triade + Tetrade laat zien dat in het holos tijdperk de beschavingstransformatie op eerdere transformaties voortbouwt.

Unificatietheorie Lama-model (Viervoudige schriftzin) 
1. Zwaartekracht (M/V)3. MateriesymmetrieIntuïtieDenken
7. Hermeneutische cirkel ----5. Reflexief bewustzijn4. Holos, Anagogisch ----2. Logos, Letterlijk
||||
4.b Ether-paradigma ----6. Meta-leren1. Mythos, Allegorisch ----3. Theos, Moreel
4.a Tijdsymmetrie2. SpiegelsymmetrieVoelenGewaarworden

Daniel Ofman laat in zijn boek ‘Bezieling en Kwaliteit in Organisaties' zien hoe de creatielemniscaat, de vier perspectieven beeldkracht, de samenwerkingskracht, vormkracht en voedingskracht met elkaar verbindt. Een plaatje van de creatielemniscaat wordt getoond, wanneer we op zijn website kiezen voor Wat we doen. Net als de creatielemniscaat van Daniel Ofman toont het Lama-model van Eric Feinieg de samenhang tussen vier aspecten.

Eric Feinieg bespreekt op zijn website Niveaus van echtheid en waarheid het Lama-model. Dit model past dezelfde doorsnede van mythos, theos, logos en holos toe. Er bestaat compleet mysticisme en compleet rationalisme als alle vormen van denken die daartussen liggen. Op elk moment is een cycluswending mogelijk.

De twee hoofdstukken Gevangen in een dubbele matrix en Onze antropomorfe wereld zijn op het Lama-model gebaseerd.

Theo Hettema gebruikt in zijn publicatie hetzelfde model maar heeft het over de viervoudige schriftzin.

Bij het Lama-model kun je ook denken aan Carl Jung: , het bewuste (denken versus voelen) versus het onbewuste (intuïtie versus gewaarworden). Het verborgen onbewuste, intuïtie en gewaarworden, verbindt voelen en denken, hart en ziel. Roberto Assagioli (E i V, p. 87) en Abraham Maslow, via zijn piramide, leggen een duidelijk accent op het verticale bewustzijn. Tussen het verticale en het horizontale bewustzijn bestaat energetische balanswerking.

Voelen en denken zijn complementair. Herman Hesse plaatst in zijn boeken eros tegenover logos. Het vrouwelijke staat tegenover het mannelijke, het aardse tegenover het hemelse.
De vraag komt naar voren of daaruit mag worden afgeleid dat de man zich een goddelijk rol mag toeëigenen?
Immers volgens het Johannesevangelie (Joh. 1:14) “Het Woord is mens geworden...”.

In verband met de Openbaringen 1:8 kan ook verwezen worden naar het werk van de jezuïet Pierre Teilhard de Chardin. De mens is volgens Teilhart op weg naar een steeds hechter wordende sociale eenheid. Het punt Omega valt samen met de toestand van de door Christus verloste mensheid. Omega staat voor de heilige Drie-eenheid.

Het Bewustzijns Besturings Model van Jules Ruis maakt van vier gezichtspunten gebruik. De diapresentatie (2.1) laat zien dat van de besturingscyclus ‘Plan – Do – Check – Act’, de behoeftenhiërarchie van Maslow en de Kernkwaliteiten van Daniel Ofman gebruik wordt gemaakt. De Fractal-organisatie (4.) past tevens het cultuurdiagram van Harrison toe. Hoofdstuk 13: De cultuur in een organisatie is het geheel van waarden en normen, opvattingen en gedragingen van de medewerkers. Het betreft tevens de stijl van leidinggeven in een organisatie. In de fractal-organisatie brengen we de cultuur tot uitdrukking in de 'kleur' van de fractal. We onderscheiden in lijn met de indeling volgens Harrison vier dominante culturen: de blauwe machtscultuur, de rode persoonscultuur, de gele rolcultuur en de groene taakcultuur. Het gehele kleurenpallet doorloopt een vaste 'regenboog'.

Rini Sips beschrijft in de samenvatting een proces dat voortvloeit uit een samenwerkingsovereenkomst die twee ruimte-tijdsystemen hebben gesloten. Dat proces zou gekarakteriseerd worden door een coördinatenstelsel, dat per definitie een eenmalige gebeurtenis beschrijft. Een coördinatenstelsel van een proces zou informatie bevatten die pertinent is voor de overeenkomst die het gesloten heeft met de wereld. Ik verwacht de capaciteiten aan te treffen die zijn gegeven om de functie te vervullen. De lijst van basiselementen omvat inmiddels:

  1. het punt in ruimte en tijd van het begin van de samenwerkingsovereenkomst;
  2. het eigen ruimte-tijdsysteem, de binnenwereld van het proces daar en toen en
  3. het ruimte-tijdsysteem, de buitenwereld van het proces daar en toen, waartussen de overeenkomst is gesloten.

Edgard Jarvis is bezig zijn boek Het Basisproces via Internet te publiceren. In het hoofdstuk Een visie op het heelal: laat Edgard Jarvis, net als 5D zien dat de zwaartekracht als stuwende kracht achter de eenheidsstreving zit. Ze is een van de factoren in de vorming van instrumenten die de densiteit van de energie doen toenemen.

Lynn Margylis in haar boek De Symbiotische Planeet, de Planeet Aarde is fractaal gebouwd. Recent wiskundig onderzoek op het gebied van de fractalgeometrie heeft aangetoond dat je ook zonder kunstenaar ingewikkelde tekeningen kunt maken. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een computer die stapsgewijs berekeningen uitvoert. De ‘ontwerpen’ die de natuur gebruikt zijn in feite voortzettingen van hetgeen al op cellulaire schaal bestaat. De orde bestaat uit niets anders dan onbewuste, zich steeds herhalende activiteiten. In alle samenstellende delen van Gaia, het onderling verweven netwerk van al het leven, is in uiteenlopende mate sprake van leven en bewustzijn. Gaia vertoont de kenmerken van proprioceptie: haar activiteiten lijken gepland, maar vinden plaats zonder dat er een ‘hoofd’ of een ‘brein’ aan te pas komt. Proprioceptie als zelfbewustzijn is al ontstaan toen er nog geen dieren of hersenen waren. Gevoeligheid, bewustzijn en reactievermogen van planten, protoctisten, schimmels, bacteriën en dieren, elk in zijn eigen leefomgeving, vormen een zich herhalend patroon dat uiteindelijk ten grondslag ligt aan de mondiale regulering van Gaia ‘zelf’.

Het Kompaskwadrant is net als de hermeneutische cirkel een eenvoudig model om de complexe werkelijkheid te helpen verklaren. Het 5D-concept, de 5e dimensie biedt een handvat om beter door de bomen het bos te kunnen zien. Het is raadzaam om een blauwdruk van de toekomst op de blauwdruk die in het universum zit verscholen te baseren.

Eenheid in Verscheidenheid
Spinoza, Schelling, Nietzsche, Jung en Wittgenstein zijn innovatieve wetenschappers die zich hebben bewogen op het snijvlak van natuur en cultuur. Op dit snijvlak gaat het echter niet primair om wetenschap versus geloof, maar eerder om de samenhang en wisselwerking tussen natuur – en menswetenchappen. Deze kengebieden kunnen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn twee verschillende, maar complementaire domeinen. Door beide als complementair te beschouwen ontstaat een completer zicht op de werkelijkheid. Het is wenselijk de tweespalt tussen de natuurwetenschappen en geesteswetenschappen te verkleinen. Vastgeroeste denkpatronen te doorbreken. Het domein van de materie met de energetische processen te combineren. Een ruimer denkmodel is nodig om op creatieve wijze wereldvraagstukken op te pakken.

Hoelang de aarde woest en ledig is geweest is onbekend. Maar vanuit die chaos herschiep God de aarde wat opgetekend is in Gen. 1:3-31. Toen God de mens schiep gaf Hij deze mens de taak en de opdracht die Lucifer voordien had. Lezen: Gen.1:26-28. Satans plan bestond van toen af aan, wilde hij de heerschappij over de aarde terug winnen, om de nieuwe heersers, Adam en Eva, ten val te brengen. De blauwdruk van het bewustzijn bestaat uit een lichtzijde en een schaduwzijde. De schaduwkant van het bewustzijn brengt de zondeval van Adam en Eva tot uitdrukking.

H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Stanza 6 Vervolg (p. 226):
Het astrale licht staat in dezelfde betrekking tot akasa en anima mundi, als satan tot de godheid. Ze zijn een en hetzelfde, gezien vanuit twee standpunten: het geestelijke en het psychische – de bovenetherische of verbindende schakel tussen stof en zuivere geest – en het stoffelijke. Zie voor het verschil tussen nous, de hogere goddelijke wijsheid, en psyche, de lagere en aardse (Jacobus, iii, v. 15-17). Zie ook ‘Demon est Deus inversus’, in Afd. II van dit deel.
H.P. Blavatsky: De Geheime Leer Deel I, Hoofdstuk Leven, Kracht of Zwaartekracht (p. 587): Er wordt ongetwijfeld een nieuw licht geworpen op de wijsheid van het oude en middeleeuwse occultisme en zijn aanhangers. Want Paracelsus schreef hetzelfde meer dan driehonderd jaar geleden, namelijk in de zestiende eeuw, en wel op de volgende manier:
‘De hele microkosmos bevindt zich potentieel in de liquor vitae, een zenuw-fluïdum . . . dat de aard, de hoedanigheid, het karakter en de essentie van wezens omvat’ (De Generatione Hominis) . . . ‘De archaeus of liquor vitae is een essentie die gelijkelijk in alle delen van het menselijke lichaam is verdeeld . . . De spiritus vitae vindt zijn oorsprong in de spiritus mundi. Omdat hij een uitstraling is van laatstgenoemde, bevat hij de elementen van alle kosmische invloeden, en is zo de oorzaak waardoor de werking van de sterren (kosmische krachten) op het onzichtbare lichaam van de mens (zijn vitale lingasharira) kan worden verklaard.’ (De Viribus Membrorum. Zie Life of Paracelsus door Franz Hartmann, M.D., lid van de Theosophical Society.)

De Geheime Leer Deel II, hoofdstuk 19 Is pleroma de legerstede van Satan? (p. 575)

Groene rekenkamer: Het klimaat gedraagt zich de laatste jaren niet overeenkomstig de projecties van het IPCC (het Klimaatpanel van de Ve­re­nigde Naties). In plaats van een steeds snellere opwarming van de aarde, als gevolg van de mense­lijke uitstoot van CO2, vertoont de gemiddelde we­reldtempe­ratuur de laatste tien jaar een be­trekkelijk vlak verloop – ondanks voortgaande stijging van de CO2-concentratie in de atmosfeer.
Is er echt sprake van een The Great Global Warming Swindle?

De paradox is dat heersers moeten dienen in plaats van heersen. Authentieke leiders leren het denken in vaste patronen los te laten, dus door de schijnwaarheden in het leven, de ingebakken clichés te demystificeren. Leiders die in hun werk eenzijdig de nadruk op aardse zaken als geld leggen dien je direct te ontslaan.

Zie ook

Boeken:

Externe Links

<< vorige || volgende >>

Categorie: Basispagina's | Nederlands | Definities | Auteurs: Harry Nijhof


Deze pagina werd sedert 10 jan. 2008 4942 keer bekeken.